Gallery

25.10.16 > 15.01.17

Ze zijn blauw en ze blo(e)zen … 't zijn de Blauwbloezen!

In 1968 creëert Raoul Cauvin de reeks voor Salvé (Louis Salvérius), die, net als hij werkt, bij Uitgeverij Dupuis. Humoristische kortverhalen getekend in een grappige stijl, een onvervalst product made in Marcinelle dus. In 1972 pakt Salvé uit met de slechtste grap ooit: hij komt plots te overlijden, precies op het ogenblik dat Dupuis het eerste album van de Blauwbloezen lanceert.

Het is meteen alle hens aan dek: Outlaw, het lopende verhaal, moet in allerijl worden voltooid en de reeks, waarvan het eerste album pas uit is, moet worden voortgezet.

In de omgeving van Charleroi woont een miskende, maar talentvolle auteur: Willy Lambil. Hij tekent een exotische, maar sympathieke reeks over een jonge Australiër en zijn onafscheidelijke kangoeroe: Sandy en Hoppy. De reeks leest vlotjes, maar Charles Dupuis gunt hem geen albums. Dat betekent een buitenkans voor Lambil: door voor hem te kiezen kan de uitgever een succesreeks voortzetten.

Lambils stijl is realistischer dan die van Salvé. Dat komt goed uit: het verhaal van de Secessieoorlog was geen lachertje en Cauvin kan putten uit waargebeurde (en vaak dramatische feiten) om meer gesofistikeerde scenario's uit te werken. Maar hij kruidt ze altijd met datgene wat pit geeft aan de reeks: de explosieve interactie tussen de moedige sergeant Chesterfield en de immer driftige korporaal Blutch … maar door dik en dun beste maatjes.

De reeks haalt 60 volumes, wat alleen de besten is gegund. Dat moet ook hebben gespeeld in het hoofd van de negentien geïnspireerde auteurs die besloten dit event te vieren met een vrolijk hommagealbum waarin Blutch en Chesterfield lik op stuk krijgen.

Er is natuurlijk Blutch, die zijn pseudoniem simpelweg aan de Blauwhoezen dankt. Clarke, Maltaite, Bodart, Munuera en Schwartz blijven het meest trouw aan de grafiek van de reeks. Goulet, Dutto, Pau en Baba hebben ze op een grappige en minimalistische manier karikaturaal benaderd.  Collin, Frasier en Aimée de Jongh (die de cover voor haar rekening nam) hebben ze aangepast aan hun zeer persoonlijke pennentrek. En bij de scenaristen Chamblain, Gloris, Lapière, Lapuss’, Sti en Zidrou merken we hoeveel plezier ze hebben beleefd aan de herinvulling ervan.

En intussen tekende Lambil rustig verder aan zijn Carte blanche voor een Blauwbloes, het nieuwe album van de Blauwbloezen. Een vos verliest zijn haren, maar niet zijn streken!

JC De la Royère, Belgisch Stripcentrum

Tags : Museum / Strip / Tentoonstelling / Uitgave

Terug

© 2024 — Stripmuseum - Brussel

Web design & development by Typi